header-01.jpg
  • Home
  • Geloven?
  • Over geloven!
  • Geloofsvragen

Geloofsvragen

 

Wat is dat eigenlijk, geloven?

Geloven wordt in ons gewone taalgebruik vaak gezet tegenover weten. Om een voorbeeldje te gebruiken: ik geloof dat de bus om 14.30 komt, maar ik weet het niet zeker. Ik moet het even opzoeken.

Als we het woord geloven zo begrijpen, dan wordt geloven in God een sprong in het diepe. Je hoopt dat je in Gods handen valt, maar je weet het niet zeker. Of nog sterker: geloven heeft dan iets van een blinde gok. Ik gok erop dat God bestaat, maar misschien gok ik wel verkeerd.

Maar het woord geloven gebruiken we ook op een andere manier. Denk aan het lied: "Ja, zij gelooft in mij" (André Hazes) of aan de uitdrukking: "Ik geloof in jou en mij." Dan wordt geloven zoiets als vertrouwen: Ik vertrouw op jou, ik vertrouw op onze relatie. Ik heb ervaren dat jij betrouwbaar bent. Ik heb er redenen voor in jou te geloven, jou te vertrouwen.

Geloven in God is ook zoiets als: vertrouwen op God. Als je gelooft in God, dan vertrouw je erop dat God bij je leven betrokken is en (op Zijn manier) met je meegaat door het leven; dat Hij je uitdaagt en een bedoeling met je leven heeft. En het is wel een sprong om God inderdaad te vertrouwen, maar het is geen blinde gok. Want dat Hij te vertrouwen is, dat heeft Hij laten zien. Er zijn dus ook redenen om Hem te geloven. Maar daarover hieronder meer.

 

Eerst iets over God

Geloven is God, dat is dus zoiets als: vertrouwen op God. Wat geloven is, is daarmee wat duidelijker geworden. Maar hoe zit het met dat andere woordje, dat woordje God. Want waarom zou je vertrouwen op God als je niet weet wat of wie met dat woordje God bedoeld wordt? Nu kun je inderdaad alle kanten op met dat woordje. God of het goddelijke: dat kan een onpersoonlijke kracht zijn die alles en iedereen met elkaar verbindt. Of zou het niet een kern zijn die te vinden is in ieders mens, want heeft niet iedereen een goddelijke vonk? Is God misschien het grote Noodlot dat ons leven zó bepaalt, dat we niets te kiezen hebben? Is God wellicht een diep gevoel, of een sublieme projectie? Wie het weet mag het zeggen, maar wie weet het? Kunnen we dan maar niet beter zwijgen, want voor je het weet zeg je alweer te veel.

Maar gelukkig is er iemand die weet wie God is! En dat is God Zelf natuurlijk. En gelukkig heeft Hij genoeg van Zichzelf aan ons willen laten zien om Hem te kunnen vertrouwen. Als je de bijbel leest, dan lees je hoe God zich laat kennen. Hij is niet een onpersoonlijke kracht, Hij is ook niet een 'iets', of een goddelijke vonk. God handelt, reageert, kiest, communiceert. Je zou kunnen zeggen: de God van de bijbel is uit op relaties. Hij heeft ervoor gekozen een wereld te scheppen met mensen, met personen, met wie Hij een relatie kan aangaan.

God is uit op relaties. En waarom is Hij dat? Omdat God Liefde is. Liefde is zijn wezen, de Liefde zijn diepste drijfveer. God heeft voor de mens gekozen vanuit het diepst van zijn hart, uit liefde. Daar gaat het uiteindelijk om, om de relatie tussen God en mens. Om de liefde van God voor de mens en als antwoord daarop: om de liefde van de mens voor God.

Dat klinkt natuurlijk mooi. Maar hoe weten we nu zeker dat God écht zo is? Dat Hij werkelijk te vertrouwen is, en dat het Hem werkelijk om mensen te doen is?

Jezus

Hoe weet je nu hoe God is? Wij geloven dat dat met de persoon Jezus te maken heeft. Hij leefde als timmermanszoon uit Nazareth in het begin van onze jaartelling in het land Israël; was een jood onder de joden. Hij trok een jaar of drie als rabbi rond, had veel aanhang, maar stierf al op 33-jarige leeftijd aan een kruis – en stond weer op (daarover later meer).

Niet zo heel bijzonder zou je zeggen, als je dat van die opstanding tenminste weglaat. Toch is het opvallend Hij al spoedig na zijn sterven en opstanding werd vereerd als Messias en Zoon van God (ook al zo'n term die wat uitleg behoeft; zie onder). Zijn leven is een bron van verwondering en geloof geweest; Hij heeft al vanaf het begin veel mensen weten te raken.

Voordat we vragen wat deze Jezus nu met onze kennis van God te maken heeft, gaan we eerst wat dieper in op de persoon van Jezus, zoals die vanuit de evangelieverhalen naar voren komt We doen dat met een aantal trefwoorden (zie hiervoor ook H. Veldhuis, Kijk op geloof, hfd. 21):

  • Barmhartigheid. Het eerste woord dat mij te binnen schiet als we het over Jezus hebben is het woord barmhartigheid. Dat is een wat oud woord; het wil zeggen dat Jezus bewogen is als Hij de ellende ziet van andere mensen. Het doet Hem wat, het raakt Hem. Het raakt Hem zo, dat Hij er vanbinnen helemaal door omgekeerd wordt. Denk aan de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Die Samaritaan is een beeld van Jezus. Hij wordt geraakt als Hij die gewonde man op de weg ziet; Hij komt in actie. Zo komt Jezus in actie als Hij mensen in de ellende ziet.
  • Innerlijke vrijheid. Jezus reageert en handelt vanuit een innerlijke vrijheid. Bij Hem geen angstvallige tactiek of innerlijke berekening. Hij gaat zijn weg en laat zich niet bepalen door de strenge regels van de Joodse traditie of door de verwachtingen van zijn leerlingen en het gewone volk. Hij toont geen angst voor de Romeinse overheersing of politieke gevoeligheden.
  • Godsvertrouwen. Jezus leeft dichtbij God. In alles wat Hij doet. Hij leefde zo dichtbij God, dat Hij God zelfs als 'Abba' aansprak, 'papa' – voor ons wellicht niet zo heel bijzonder, maar voor de gewone Jood was dat een manier van spreken die veel te vertrouwelijk was.
  • Moed en radicaliteit. Jezus is geen lievig persoon, die geen vlieg kwaad doet. Dat doet Hij wel. Hij is zo verontwaardigd over alles wat er in de tempel gebeurt dat Hij de tempel leeg slaat; Hij gooit de tafels om en jaagt iedereen eruit. Hij scheldt de Joodse leiders uit voor 'witgepleisterde graven, die er van buiten mooi uitzien, maar van binnen dood en verderf meedragen'. Hij stelt onverbloemd onrecht, leugen of zwakheid aan de kaak; Hij dekt nooit zonde en onrecht toe maar houdt mensen verantwoordelijk voor hun daden.
  • Opstanding. Jezus is opstandig. Hij staat op tegen onrecht, leugen en ellende. Maar wat meer is: Hij staat op uit de dood – het is namelijk Pasen geworden.

Wie is Hij?
Jezus verschijnt na Zijn opstandig aan zijn leerlingen; het zijn ontmoetingen die een onuitwisbare indruk achterlaten. Ze hadden er al zo'n vermoeden van, maar nu valt het kwartje werkelijk. Jezus is niet zomaar een bijzonder mens. Hij komt van God.
Jezus krijgt snel na de opstanding van zijn leerlingen hoge titels. Jezus wordt gezien als Heer, Christus en Zoon van God. Wat bedoelen ze daarmee?

Christus is Grieks voor Messias. De Messias is in het Oude Testament de bijzondere koning die door God wordt gezonden om de vijanden van God te verslaan. En voor de leerlingen van Jezus is het duidelijk: Hij is die Messias, hoewel Hij zich totaal anders gedraagt dan ze van een Messias zouden verwachten – welke Messias sterft aan het kruis? Maar toch: het staat als een paal boven water: Jezus redt van de vijanden.

Jezus is ook Heer (Kurios). Opvallend: niet alleen de keizer van Rome werd zo genoemd (het is dus een uitspraak met politieke gevolgen: wie is de Kurios van de wereld?) – maar ook God Zelf. De eerste christenen kwamen tot de overtuiging, dat Jezus van God gekomen was en tot God was teruggekeerd.

Jezus wordt zelfs Zoon van God genoemd. Wat bedoelden die eerste leerlingen daarmee? Ze gaven die titel niet om Jezus op te blazen tot goddelijke held. Zo van: hij was een bijzonder mens, maar door zijn leerlingen is hij geworden tot een godenzoon. Hoe kan dat ook, want Jezus sterft aan het kruis? Welke godenzoon sterft nu aan een kruis?
Met die term Zoon van God bedoelden ze iets anders. Namelijk dit: Jezus is God in eigen persoon. God Zelf heeft gesproken en gehandeld in het leven, lijden en (zelfs in het) sterven van Jezus.
God daalde in Jezus af naar deze aarde. God werd in Jezus mens en menselijk – God komt naast ons in de modder van het leven staan. En dat uit liefde en barmhartigheid.

Het kruis
Maar hoe zit dat met het symbool van het christelijke geloof, het kruis? Is het werkelijk de Zoon van God die daar aan het kruis sterft? En waarom eigenlijk? Dat zijn grote vragen waar je boeken over vol kunt schrijven. We stippen wat dingen aan.
Het zijn mensen die Jezus (laten) kruisigen. Denk aan de joodse leiders, denk aan Pilatus, de Romeinse stadhouder en aan Judas, zijn leerling die Hem verried. Maar toch is Jezus' kruisiging niet alleen maar een menselijk gebeuren. Er gebeurt meer, er gebeurt iets tussen God en mens. Maar wat precies?
Je kunt in elk geval dit zeggen. Jezus houdt de mens vast – wat die mensen Hem ook aandoen. Hij bidt om vergeving. En dat doet Hij namens God. Je zou ook kunnen zeggen: God houdt de mens vast. Wat de mensen Jezus aandoen (zonden) draagt Hij. Verdraagt Hij. Draagt Hij weg. Hij beantwoordt het geweld niet met geweld, het onrecht niet met wraak. Bij Hem stopt het kwaad. Hij verdraagt het, ook al brengt dat lijden, doodsangst en verlatenheid met zich mee.
Hij betaalt de prijs van de vergeving.

Want vergeving kost wat. Als jij de ander die jou iets ergs heeft aangedaan vergeeft, dan betaal jij de prijs. Jij neemt het op je. En dat is wat Jezus doet. Hij betaalt de prijs van de vergeving die wij mensen nodig hebben. God draagt in Jezus de prijs van de vergeving.

De opstanding
En hoe zit dat met die opstanding van Jezus? Hoe kun je geloven dat er iemand uit de dood is opgestaan? Dat kan toch gewoon niet? En hoe zit dat eigenlijk met dat lichaam van Jezus?
Laten we eerst eens kijken naar de geloofwaardigheid van de opstandig. Hoe kan je als rationeel mens daar nu in geloven?
Begrijpelijk vraag natuurlijk. Toch blijkt het zo gek nog niet te zijn om wél in de lichamelijke opstanding van Jezus te geloven. Als je naar wat gegevens kijkt, staat de opstanding sterker dan je zou verwachten. Om een paar dingen te noemen:

  • Er zijn zeker vijf bronnen waarin wordt getuigd dat Jezus is opgestaan (Matteüs, Marcus, Lucas, Johannes, Paulus). Hoe valt dat te verklaren als er helemaal geen opstanding zou zijn geweest?
  • De plaats van het graf was bij allen goed bekend. Dus als Jezus niet uit de dood was opgestaan, als zijn lichaam nog in het graf had gelegen, dan was dat gemakkelijk te controleren geweest.
  • Hoe kun je de explosieve groei van de christelijke kerk verklaren, die al begon een paar weken na de kruisiging van Jezus?
  • Opvallend is de rol van de vrouwen in de verhalen van Pasen. Zij zijn de eerste ooggetuigen. In die tijd werden vrouwen beschouwd als leugenaarsters; zij werden in een rechtszaak als getuigen niet serieus genomen. Dus als je verzint dat Jezus is opgestaan, dan voer je toch geen vrouwen op als eerste ooggetuigen?
  • De leerlingen hadden geen enkel motief om het verhaal van de opstanding te verzinnen. Ze hadden er niets mee te winnen en er alles mee te verliezen. (De meesten hebben trouwens ook veel verloren: ze zijn als martelaren om het leven gebracht. Wie laat zichzelf om het leven brengen voor een verhaal dat je zelf verzonnen hebt?)

Er zijn nog wel meer argumenten te bedenken waaruit blijkt dat het zo gek nog niet is om in de opstanding te geloven, maar we laten het hier bij.
Deze argumenten betekenen overigens wel dat je – als je niet in de opstanding gelooft – opzoek moet naar alternatieve verklaringen voor deze punten: hoe kan het dat er zoveel getuigen zijn, hoe is die groei van de kerk te verklaren, waarom zouden de leerlingen dit bedacht hebben en daar hun eigen leven voor willen geven, en als dit bedacht is, hoe zit dat met die vrouwen? En die verklaringen moeten dan natuurlijk niet al te ver gezocht zijn...

De opstanding wil overigens niet zeggen, dat Jezus met zijn oude lichaam zomaar uit het graf is komen lopen. Als je de bijbel leest, zie je dat er voorzichtig gesproken wordt. Jezus heeft een lichaam, Hij is te zien en aan te raken, maar het is duidelijk wel een ander lichaam dan de lichamen die wij hebben. Het is een 'geestelijk' lichaam, een lichaam dat niet meer vergankelijk is. Het is het lichaam van Hem die de dood heeft overwonnen. Dit nieuwe lichaam is als een vlinder, die komt uit de cocon en daarvoor een rups was.

De heilige Geest
In Jezus komt God naar ons toe. Hij wordt mens en menselijk. Hij komt naast ons staan. Maar God gaat nog verder. Beter gezegd: Hij komt nog dichterbij. Hij komt niet alleen naast ons, Hij komt ook in ons. Hij werkt door zijn Geest in het binnenste van ons hart. Door de heilige Geest blijft de boodschap van Jezus en Pasen niet alleen maar een verhaal dat je met verbazing aanhoort; Hij maakt er een levende realiteit van waardoor je wordt veranderd. Jezus was een mens, die optrad in een bepaalde tijd onder één bepaald volk. De Geest maakt dat wij met deze Jezus contact kunnen krijgen. Hij vertaalt de betekenis van Jezus naar alle tijden en plaatsen.

 

God zij dank! Wie anders.