header-01.jpg

De kerk als tempel

De kerk als tempel is een vergelijking die wat minder opzienbarend is dan die van de kerk als ziekenhuis, sportschool of theater. Toch zit er nog genoeg licht tussen 'kerk' en 'tempel' om relevant te zijn. In de vergelijking zal het vooral om de tempel als gebouw en het kerkgebouw gaan. Daar is uiteraard niet alles mee gezegd als het om de kerk gaat, daarom is het ook maar één van de vergelijkingen, maar wel een die wat toevoegt.

De tempel is de plaats waar de mensen samenkwamen om 'voor God te verschijnen'. Konden ze dat dan niet thuis? Ja natuurlijk. Was God dan alleen in de tempel aanwezig? Nee, natuurlijk niet. En toch was die uitdrukking 'voor God verschijnen' geen onzin. Om voor God te verschijnen verliet je je eigen huis. Je ging naar het huis van God. Een huis dat speciaal gebouwd was om er God te ontmoeten. De muren, de geur, de kleding van de priesters, het offer, dat alles maakte dit huis bijzonder. God kun je overal ontmoeten, op bergen en in dalen, maar dit was de plaats waar de naam van God aan kleefde. Kerkgebouwen kunnen dat ook hebben. Daarom zit er ook zoveel beleving in een kerkgebouw.

Wat kwamen de mensen in de tempel doen? Kort gezegd: God vereren. Kun je dat dan ook niet thuis doen? Ja, maar zo tussendoor stelt het vaak niet veel voor. Het is veel te druk. Je hebt er een speciaal huis voor nodig. Je kunt ook op de fiets bidden en met de pet op, maar waarom ook niet op die plaats die er speciaal voor bestemd is? God vereren doe je op een apart gezette tijd en plaats, anders komt er maar weinig van. Je zingt bijvoorbeeld nooit en wat is nu leven zonder het loflied? Wij mensen zijn liturgische wezens. We zijn ervoor bedoeld om God te vereren. Het is pure armoede om dat niet te doen. In dat opzicht zijn wij westerse mensen armoedzaaiers geworden. Dus liggen we plat op ons gezicht voor de onbenullige godjes van alledag. Die godjes verheffen je voor geen zier. God verheft je wel.

Wat kwamen de mensen nog meer doen in de tempel? Ze kwamen om de zegen. Zegen, dat is het goede woord van God. Die werd toegesproken door de priester. Die was daar speciaal voor aangesteld. Lees maar in Numeri 6:22-21 waar de zogenaamde Aäronitische zegen beschreven staat. Die werd 'op de Israëlieten gelegd'. Er zijn veel woorden in de wereld, maar dit is het woord dat je bij de bron van alles brengt. Die woorden klinken nog steeds. Weer kun je de vraag stellen of je die zegen niet overal kunt ontvangen. Ja, en dat gebeurt ook. Maar in de tempel werd de zegen op naam gezet, de naam van de HEER. En zo wordt in de kerk de zegen op naam gezet: die van 'de Vader, de Zoon en de heilige Geest'. Die namen worden op je gelegd, bijna lijfelijk, door woorden die op de juiste spanning gezet zijn en door gebaren die erbij horen.

Kerken mogen op tempels lijken. En zelfs aan voor het oog nogal gewone kerkgebouwen kan de naam van God kleven. We komen er voor de Godsverering. We gaan er speciaal ons huis voor uit, zolang we dat tenminste kunnen. Het is een plek waar de goede woorden klinken, heel geconcentreerd in de zegen.

Arjan Plaisier, scriba van de generale synode
Uit: Kerkinformatie - oktober 2012

Soms moet je in goed vertrouwen een stap in de juiste richting zetten en dan zal God je tegemoet komen.

Hij zal doen wat jij niet kunt.